Isaac Newton en profetie

Isaac Newton en profetie – Geworteld in de wetenschap
Wist jij dat Isaac Newton naast zijn wetenschappelijke werk een aanzienlijke hoeveelheid tijd en energie besteedde aan de bestudering van de Bijbel, de geschiedenis en profetie? Hij las zijn hele leven lang elke dag de Bijbel en schreef meer dan een miljoen woorden in notities over zijn Bijbelstudies. Isaac Newton geloofde dat de Bijbel in alle opzichten werkelijk waar is. Gedurende zijn hele leven hield hij zich voortdurend bezig met de beproeving van de Bijbelse waarheden aan de hand van de waarheden van de experimentele en theoretische wetenschap. Hij had nooit een enkele tegenstrijdigheid waargenomen. Integendeel: hij beschouwde zijn eigen wetenschappelijke werk als een methode waarmee hij het geloof in de Bijbelse waarheid kon verstevigen.

Isaac Newton was een formidabel Schriftgeleerde, sprak de klassieke talen vloeiend en had een omvangrijke kennis van de oudheid en de geschiedenis. Hij was van mening dat elk mens de Bijbel zou moeten lezen en zo voor zichzelf zou moeten kunnen bepalen welke universele waarheden erin staan.

Newtons krachtig geloof in de individuele vrijheid om zonder beperkingen over God te leren van andere mensen, kerken of overheden, kostte hem bijna zijn positie van “Lucassiaanse Professor” aan de Universiteit van Cambridge. De kwestie werd opgelost toen Koning Karel II op heel uitzonderlijke wijze besloot dat Newton geen lid van de Anglicaanse Kerk hoefde te worden.

Isaac Newton en profetie – Een zeldzame publicatie
Isaac Newton was zijn hele leven lang een gedreven student van de wetenschap, het Christendom en profetie, maar hij liet de publicatie van zijn werk aan de Voorzienigheid over. Een groot gedeelte van zijn werk is nog steeds niet gepubliceerd. Zijn grootste wetenschappelijke werk (en het grootste wetenschappelijke werk dat de wereld ooit gezien heeft), de "Principia", werd pas gepubliceerd nadat zijn vriend Edmund Halley toevallig vernam dat “Deel I” van dit werk bestond. Op dat moment was het al meer dan tien jaar geleden sinds Newton het had geschreven en het had al die tijd in een lade gelegen. Halley overtuigde hem om delen II en III te voltooien en om Halley toe te staan om het volledige werk te publiceren.

Slechts één van Newtons boeken over de Bijbel is ooit gepubliceerd. In 1733, zes jaar na zijn dood, publiceerden J. Darby en T. Browne het boek “Observaties aangaande de profetieën van Daniël en de Apocalyps van St. Johannes”.

In 1988 zag ik een vermelding van dit boek in de “zeldzame boeken” catalogus van de “Library of Congress” in Washington, DC. Ik vroeg of ik het boek mocht inzien. Ik stond versteld toen men mij even later de persoonlijke kopie van Thomas Jefferson overhandigde. Het boek verkeert in uitmuntende staat en op pagina's 57 en 137 staan zelfs Jeffersons eigen initialen. Het was in die tijd (zo'n 250 jaar geleden) heel gewoon dat drukkers hoofdletters gebruikten om de tekst onderaan de bladzijdes te voorzien van een label. Jefferson ging naar het “J” onderschrift en schreef daar zelf een “T” voor. Daarna ging hij naar het “T” label en schreef daar handmatig een “J” achter. Op deze manier merkte hij zijn eigen boeken met zijn eigen voorletters.

Isaac Newton en profetie – De profetieën van Daniël en Johannes
Met zijn ontzaglijke kennis van de oudheid en de klassieke talen en zijn ongeëvenaarde intellectuele vermogens, was Isaac Newton wellicht de geschiktste persoon in dit millennium om over Bijbelse profetie te schrijven. Zijn studie van het boek Daniël begon toen hij twaalf jaar oud was. Het bleef zijn hele leven lang een geliefkoosd onderwerp. Maar hij schrijft over deze profetieën met een bescheidenheid die aangeeft dat hij zelf juist met ontzag vervuld was door de woorden die hij in dit boek mocht lezen.

Isaac Newton concludeerde dat het de bedoeling moet zijn geweest dat het boek Openbaring slechts door weinigen begrepen zou worden tot een moment dichter bij het einde van de geschiedenis, de tijd van het oordeel en het begin van het eeuwige koninkrijk van de Heiligen van de Allerhoogste.

Isaac Newton beschreef zijn geloof dat deze profetische boeken ons werden gegeven zodat ze - terwijl ze in de geschiedenis werden vervuld - een voortdurend getuigenis zouden zijn van het feit dat de wereld bestuurd wordt door de Voorzienigheid van God. Hij had bezwaren tegen het gebruik van de profetieën in pogingen om de toekomst te voorspellen.

Op pagina 251 schrijft hij bijvoorbeeld:

"De dwaasheid van de uitleggers is altijd geweest dat zij proberen tijden en dingen te voorspellen aan de hand van deze Profetie, alsof God hen had ontworpen om Profeten te zijn. Met deze onbezonnenheid hebben zij niet alleen zichzelf, maar ook de Profetie zelf beschaamd.”

In dit boek van 323 pagina's volgt hij de menselijke geschiedenis sinds het schrijven van de profetieën. Hij laat zien dat - volgens zijn onderzoek en in zijn tijd (de vroege 18e eeuw) - een gedeelte van de profetieën reeds was vervuld, maar dat een gedeelte nog moest worden vervuld. Overeenkomstig Newtons onderzoek is dit tegenwoordig nog steeds waar.

Net als zijn wetenschappelijke werken bevat het boek interessante zijsprongen, zoals afleidingen van de exacte data van Kerst en Pasen en het aantal jaren waarin Jezus de mensen onderwees. Daarnaast is het boek doorspekt met een diepe geleerdheid die onder de moderne Schriftgeleerden niet meer bestaat. Dit boek van Isaac Newton is mogelijk het belangrijkste werk dat ooit op dit gebied is geschreven.

Isaac Newton en profetie – Wetenschappelijke beschouwing van Bijbelse waarheid
De centrale boodschap van Isaac Newtons boek over profetie voor moderne lezers zit mogelijk niet zozeer in wat erin geschreven staat, maar in wat het boek feitelijk is. Gedurende zijn hele leven vergeleek Isaac Newton zijn experimentele en theoretische begrip van de wetenschap onophoudelijk met zijn lezingen van de Bijbel. Hij ontdekte dat de inhoud van deze twee verschillende “waarheidsbronnen” zó volkomen verenigbaar was, dat hij elk woord in de Bijbel als net zo correct beschouwde als de vergelijkingen in de mathematica en de natuurkunde.

Daarom beschouwde Isaac Newton elk woord van de profetieën in dit boek als een exacte waarheid. Hij twijfelde nooit aan de inhoud. Hij probeerde die slechts te begrijpen.

Hij dwaalde nooit af van zijn vastbeslotenheid om geen voorspellingen over de toekomst te doen op basis van de Bijbelse profetieën. Op pagina's 113 en 114 identificeerde hij de laatste hoorn van het Beest en gaf hij een numerieke raming van zijn heerschappij. Hij geeft ook bij benadering een beginpunt van deze heerschappij, maar hij telt de verschillende getallen niet bij elkaar op en doet ook geen voorspellingen.

Maar wanneer we deze getallen optellen, dan blijkt hij de tijd van het oordeel en het begin van het altijddurende koninkrijk van de Heiligen van de Allerhoogste ergens in de tijdsperiode tussen 2000 en 2050 te plaatsen.

Zitten er fouten in Isaac Newtons interpretaties van de Bijbelse profetie? Hij zou zelf antwoorden dat hij dit werk niet geschreven zou hebben als hij had geloofd dat er fouten in stonden, maar dat het de plicht is van elke Christen om zelf de Bijbel te bestuderen en zijn eigen conclusies te trekken.

Leer meer!

Voetnoten:
Aangepaste versie van de “inleiding” van Observations Upon the Prophecies of Daniel and the Apocalypse of St. John, door Sir Isaac Newton (Londen, 1733). Herdruk door: The Oregon Institute of Science and Medicine, Cave Junction, Oregon (Copyright September, 1991). Alle rechten voorbehouden in het origineel.

INLEIDING door Arthur B. Robinson, Cave Junction, Oregon (Juli, 1991) – Met toestemming gebruikt: James Fletcher Baxter, Lewisville, Texas.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen