Bidden op openbare scholen

Bidden op openbare scholen - Overzicht van de grondwettelijke principes in de VS
De geschiedenis van het bidden op openbare scholen is eigenlijk een verhaal over wettelijke interpretaties. Dit artikel mag dan wel over de situatie in de Verenigde Staten gaan, maar het is zeer de moeite waard om een parallel te trekken met de historie in andere Westerse landen zoals Nederland. Meer informatie over de Nederlandse situatie is hier te vinden.

De relatie tussen godsdienst en overheid wordt in de Verenigde Staten gereguleerd door het eerste amendement van de grondwet. Dit amendement verbiedt de overheid om zelf een (staats)godsdienst in te stellen, maar beschermt tegelijkertijd ook particuliere godsdienstige uitdrukkingen en activiteiten tegen overheidsbemoeienis en discriminatie. Het eerste amendement heeft zo bepaalde grenzen gesteld aan het gedrag van ambtenaren in openbare scholen wat betreft godsdienstige activiteiten zoals bidden.

Het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten heeft herhaaldelijk gesteld dat het eerste amendement van schoolambtenaren vereist dat zij zich in godsdienstige zaken neutraal opstellen, zonder godsdienstige uitdrukkingen, zoals bidden, te bevorderen, maar ook zonder zich vijandig op te stellen tegen dergelijke uitdrukkingen. Het eerste amendement verbiedt daarom elke godsdienstige activiteit die door de overheid wordt gesponsord, maar beschermt godsdienstige activiteiten van particuliere individuen. De scheidslijn tussen door de overheid ondersteunde en door particulieren geïnitieerde godsdienstige uitdrukkingen is cruciaal voor een correct begrip van de reikwijdte van het eerste amendement. Zoals het Hof in verschillende zaken heeft uitgelegd, "is er een cruciaal verschil tussen overheidsuitingen die een bepaalde godsdienst bevorderen, wat verboden is volgens de 'Establishment Clause' [de clausule in de grondwet die de overheid verbiedt om een bepaalde godsdienst in te stellen], en individuele meningsuitingen die een bepaalde godsdienst bevorderen, die beschermd worden door de 'Free Speech and Free Exercise Clauses' [de clausules die vrijheid van meningsuiting en godsdienst definiëren]."

Bidden op openbare scholen - De grens trekken voor toelaatbare uitdrukkingen
De uitspraken van het Hooggerechtshof hebben in de afgelopen vijftig jaar principes vastgelegd die ontoelaatbare godsdienstige uitingen van de overheid onderscheiden van de grondwettelijk beschermde individuele godsdienstige uitingen van scholieren. Onderwijzers en andere ambtenaren in openbare scholen mogen bijvoorbeeld klassikaal geen gebeden voorzeggen, uit de Bijbel voorlezen of andere godsdienstige activiteiten uitvoeren. Ook mogen schoolambtenaren scholieren niet overhalen of dwingen om deel te nemen aan gebeden of andere godsdienstige activiteiten. Een dergelijk gedrag kan "toegeschreven worden aan de Staat" en is dus een schending van de "Establishment Clause".

Hoewel de grondwet ambtenaren in openbare scholen verbiedt om gebeden te leiden of aan te moedigen, hoeven scholieren niet "hun grondwettelijke rechten op vrije meningsuiting, spraak of expressie van zich af te leggen wanneer ze de schooldeuren binnentreden." Bovendien heeft het Hooggerechtshof duidelijk gemaakt dat de "individuele godsdienstige meningsuiting niet slechts een weeskind van het eerste amendement is, en dat deze net zo volledig beschermd wordt onder de 'Free Speech Clause' als de seculiere vrijheid van meningsuiting". Daarnaast is niet elke godsdienstige uiting die plaatsvindt op de openbare scholen of tijdens door scholen gesponsorde evenementen ook werkelijk een uiting van de overheid. Bijvoorbeeld: "Niets in de Grondwet...verbiedt enige leerling aan een openbare school om op enig tijdstip voor, tijdens of na de schooldag vrijwillig te bidden" en scholieren mogen gedurende de schooldag met medescholieren onder dezelfde voorwaarden bidden die gelden voor elk ander gesprek of vrije meningsuiting.

Bidden op openbare scholen - De erfenis uit het verleden
Het duurde tot het begin van de jaren '60 voordat het gebed in de Verenigde Staten door een nieuwe interpretatie van de Amerikaanse grondwet uit de openbare scholen werd "verbannen". In de geschiedenis van de VS kunnen gebeden en Bijbellezingen feitelijk op tal van openbare plaatsen worden aangetroffen, inclusief scholen. In 1872 werd in het Congres van de Verenigde Staten de volgende resolutie aangenomen: "De Heilige Bijbel wordt door het Congres van de Verenigde Staten aanbevolen en goedgekeurd voor gebruik in alle scholen."

William Holmes McGuffey is de auteur van de "McGuffey Reader", het leesmateriaal dat honderd jaar lang in de openbare scholen van de VS werd gebruikt. Er werden meer dan 125 miljoen exemplaren van verkocht tot de serie in 1963 werd stopgezet. President Lincoln noemde McGuffey het "Schoolhoofd van de natie". McGuffey schreef: "De Christelijke godsdienst is de godsdienst van ons land. Hieruit zijn al onze ideeën over het karakter van God, de grote morele Heerser over het universum, afgeleid. De bijzonderheden van onze vrije instellingen zijn gefundeerd op de Christelijke leer. De auteur heeft uit geen enkele bron meer overgenomen dan uit de heilige Schriftteksten. Ik verontschuldig mij niet voor al deze citaten uit de Bijbel".

Van de eerste 108 universiteiten die in Amerika werden opgericht, waren er 106 uitgesproken Christelijk. De eerste was de Universiteit van Harvard in 1636. In het originele studentenhandboek van Harvard was de eerste vereiste dat de studenten Grieks en Latijn moesten kennen, zodat ze de Schriftteksten konden bestuderen: "Laat elke student duidelijk geïnstrueerd en eerlijk aangespoord zijn om goed te bedenken dat het voornaamste doel in zijn leven en studies bestaat uit de kennis van God en Jezus Christus, die het eeuwig leven is (Johannes 17:3), en daarom bestaat uit Jezus Christus als de enige fundering van alle gedegen kennis en geleerdheid. En laat ieder, met de wetenschap dat alleen de Heer wijsheid geeft, in afzondering ernstig bidden om deze wijsheid van hem te vragen." (Spreuken 2:3)

Lees verder!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen