Abortusdiensten

Abortusdiensten – De strategie
Het zijn moeilijke tijden voor aanbieders van abortusdiensten. Tijdens de laatste twee decennia is het aantal klinieken en abortussen gedaald met respectievelijk 33 en 25 procent.

Voor een industrie waarin jaarlijks een miljard euro omgaat, betekent dat een groot verlies aan inkomsten; en volgens recent onderzoek is het dieptepunt nog niet bereikt.

Volgens data uit augustus 2009, vrijgegeven door het Pew Center, bestaat er - tenminste in de V.S. - geen kloof meer in het publieke sentiment over gelegaliseerde abortussen. Nadat voorstanders van abortus jarenlang genoten hadden van een duidelijk voordeel in publieke opinie, “zijn Amerikanen nu evenredig verdeeld over dit onderwerp.” Pew vermeldt ook een significante toename van de mening dat abortussen niet alleen minder vaak zouden moeten worden uitgevoerd, maar dat deze diensten ook moeilijker verkrijgbaar zouden moeten zijn.

Het is opmerkelijk dat deze data werden verzameld tijdens de meest uitgesproken pro-abortus regering in de Amerikaanse geschiedenis, ondanks veertig jaar van pro-abortus wetgeving, marketing en gelobby door machtige, goed gefinancierde belangengroepen.

Het zijn moeilijke tijden voor de abortusindustrie en ze worden nog moeilijker. De industrie loopt de kans alleen al in de V.S. meer dan een miljoen abortussen per jaar mis te lopen. Mensen met een belang in deze industrie zetten dus alles op alles om deze trend om te keren. Een strategie die in het verleden goed heeft gewerkt, is het “sturen” van de begrippen die in het debat worden gebruikt.

Abortusdiensten – Rechten en keuzes
In rechtszaken in het verleden werd abortus door de voorstanders van abortusdiensten afgeschilderd als een grondwettelijk recht op individuele privacy. In de publieke arena werd het opgehemeld als een kwestie van seksuele gelijkheid en reproductieve keuzevrijheid (“mijn lichaam”, “mijn keuze”), met de verzekering dat wat er vernietigd werd eigenlijk geen menselijk wezen was, maar een klonter cellen, een weefselmassa.

Toen de medische wetenschap vervolgens bevestigde dat op het moment van bevruchting een genetisch volledig en uniek menselijk wezen werd geschapen, werd het onderscheid gemaakt op basis van het begrip “personen”: de categorie wezens die bepaalde rechten heeft vanwege eigenschappen die hij of zij in zekere mate heeft en die worden gedefinieerd door (kies er maar een): de staat, de arts, de moeder...

Maar terwijl de abortusindustrie groeide, gebeurde er iets in de klinieken dat een onvermijdelijke ommekeer aangaf: patiënten spraken altijd over het leven in hun buik als “mijn baby”, niet “mijn foetus” of “mijn embryo”. Steeds vaker werden twijfels, spijt en schuldgevoelens uitgesproken door vrouwen die een abortus hadden ondergaan, zoals deze vrouw: “Ik was volledig vóór abortus tot ik zelf op 17-jarige leeftijd een abortus had. Nu zou ik er alles voor over hebben om terug te kunnen gaan en iemand anders de kans te geven om mijn baby te geven wat ik zelf niet kon. Mijn egoïsme zal mij de rest van mijn leven blijven achtervolgen.” Vrouwen begonnen de pijn te voelen van wat J. Budziszewski beschrijft als “de dingen die we niet niet kunnen weten.”

De retoriek over rechten, die zo effectief was gebleken tijdens de strijd voor legalisatie van abortus, begon de oorlog tegen het geweten te verliezen. Voorstanders van abortus, vrezend dat deze tsunami van schuldgevoelens de abortusbeweging terug zou voeren naar de tijden waarin de praktijk ergens in ongure steegjes werd uitgevoerd, probeerden nu wanhopig de geestelijke dimensie te bespreken waarmee vrouwen te maken hadden. Om belaste gewetens te verlichten, werd het gepraat over reproductieve rechten door de abortusindustrie opzij gezet en werd er nu over deze beslissing gesproken als een “liefdesdaad”, zelfs een “sacrament”.

Abortusdiensten – Gods werk doen
Al in 1992 riep de feministische schrijfster Ginette Paris uit dat abortusdiensten behandeld zouden moeten worden als heilige rituelen. In haar boek "The Sacrament of Abortion" (oftewel: "Het sacrament der abortus"), schrijft Paris: “Onze cultuur heeft naast wetten ook nieuwe rituelen nodig om abortus te herstellen tot zijn geheiligde dimensie, die zowel vreselijk als noodzakelijk is... een offergave... een sacrament zodat het geschenk van het leven rein kan blijven.”

Een zekere groep abortusklinieken heeft de oproep van Paris ter harte genomen; zij geven patiënten nu een roze hartje met daarop het woord “Mammie” (als een teken van vergeving en liefde van het geaborteerde kind?) en een lugubere vorm van een “doop” van de uiteengerukte resten van het geaborteerde kindje.

Een religieuze groepering schreef een liturgie om de “goede en heilige beslissing van de vrouw om een abortus te hebben” te bekrachtigen. Zij volgden hiervoor het “Book of Common Prayer”van de Anglicaanse kerk, compleet met Voorbereiding, Invitatie, Gebed, Lezing en Zegening.

Zelfs artsen begonnen de “gewijde” dimensie van hun abortusdiensten (reproductieve diensten) te vermelden.

Op WorldNetDaily was te lezen over een uitspraak van Dr. William Harrison, ooit de gynaecoloog van Hillary Clinton, waarin hij embryo's en foetussen “onfortuinlijke menselijke zielen” noemde. Toen hij werd gevraagd of aborteurs ooit rouwen over de vernietiging van leven, antwoordde hij: “Iedereen die zo veel baby's ter wereld heeft geholpen als ik zelf, en die net als ik zelf honderden spontane abortussen van levende en dode embryo's en foetussen heeft meegemaakt, weet precies wat wij doen wanneer wij een gekozen abortus voor een patiënt uitvoeren.”

Wat zij doen, zo concludeert Harrison, is “Gods werk”. Dat lijkt huiveringwekkend veel op een opmerking van president Obama.

Deze president hoopte steun te vergaren uit de religieuze gemeenschap voor zijn nieuwe gezondheidszorgwet, waarmee (al werd dat ontkend) abortussen gefinancierd zouden worden. Met dat doel voor ogen zei hij tegen een groep Joodse leiders: “Wij zijn Gods partners in zaken die over leven en dood gaan.” Als ik me niet vergis, vertelde hij tijdens zijn kandidatuur voor het presidentschap nog dat dit soort beslissingen boven zijn petje gingen.

De opmerking van Obama werd gemaakt binnen de context van het rabbijnse gebed dat hij citeerde: “Op Rosj Hasjana zal opgeschreven worden en op Jom Kippoer zal verzegeld worden hoevelen er van de aarde zullen verdwijnen en hoevelen er geschapen zullen worden; wie zal leven en wie zal sterven...

Dan is er nog LeRoy Carhart, die door Newsweek werd beschreven als “De Abortus Evangelist.” Je herinnert je misschien nog dat Dr. Carhart grote bekendheid verwierf door zijn verzet tegen een verbod op gedeeltelijke geboorte-abortussen, de afgrijselijke procedure waarbij de schedel van het kind, slechts enkele centimeters van zijn geboorte verwijderd, verbrijzeld wordt of waarbij het kind zelf in utero uiteengerukt wordt, waarna het als medisch afval wordt weggegooid.

Carhart was bezorgd over het gebrek aan artsen die dergelijke late abortussen (zelfs tot aan de volledige draagtermijn!) uitvoeren. Hij legde zijn “evangelische” strategie uit aan Newsweek: “Het enige dat ik kan doen is volgens mij... zo veel artsen opleiden als ik maar kan die zelfstandig abortussen kunnen uitvoeren en voldoende mensen zien te verzamelen die deze kunnen aanbieden... Dat maakt het werk [van de anti-abortus activist] tien keer zo zwaar, omdat wij nu met tien keer zo veel zijn.”

Toen Carhart geïrriteerd raakte over negatieve publieke opinies, benadrukte hij: “Abortus is geen vies woord... Ik ben trots op wat ik doe.” Trots! Dat is precies wat pro-abortus organisaties al sinds het prille begin in deze beweging hebben willen injecteren: trots. Het meest schaamteloze voorbeeld was de trotse promotie, enkele jaren geleden, van een T-shirt met het opschrift “Ik heb een abortus gehad”.

Andere voorstanders, gefrustreerd door het dalende marktaandeel van hun abortusdiensten, dringen aan op een meer publieke, mobiliserende inspanning.

Abortusdiensten – Ik droom ervan, dat op een dag...
Ethicus Jacob Appel, een voorstander van abortusdiensten, leende een slogan van de homorechten-beweging toen hij zei dat het tijd is voor een “abortion pride” beweging. Nadat hij op heel merkwaardige wijze een Bijbelse waarschuwing tegen hoogmoed citeert, merkt Appel op: “[Maar] de tegenwoordige politieke en sociale realiteit is dat trots een noodzakelijke eerste vereiste is voor acceptatie en gelijkheid.” Het is natuurlijk ook een bron van zondigheid en sociale ongelijkheid, zoals het Boek dat hij aanhaalt herhaaldelijk benadrukt.

Appel moppert dat het geloof en de moed van vrouwen, die kinderen baren waar zij niet klaar voor zijn, alom gevierd wordt, terwijl vrouwen die voor een abortus kiezen “zelden aangemoedigd worden om trots te zijn op hun beslissingen”.

Ik vermoed dat dit zo is omdat wij bespeuren dat het niet trots is wat zij nodig hebben, maar liefde en vergeving.

Welnu, wat zou meneer Appel dan graag willen zien? De dag waarop vrouwen die deze moeilijke en dappere beslissing nemen “met opgeheven hoofd de straat op kunnen gaan”.

Net zoals Martin Luther King dat deed op de trappen van het Lincoln Memorial, komt Appel met een vurige visie op de proppen: “Ik droom ervan, dat op een dag vrouwen niet bang hoeven te zijn om de straat op te gaan met een speldje waarop staat 'Ik heb een abortus gehad en het was de juiste beslissing', en waar auto's bumperstickers hebben met de tekst 'Bedank mij voor mijn abortus omdat ik niet klaar was voor het ouderschap'.”

Ik negeer al die speldjes, bumperstickers en goed klinkende jingles. Want ik droom ervan, dat op een dag...

    ...abortus niet zeldzaam, maar afwezig zal zijn.

    ...klinieken voor “gezinsplanning” net als drive-in bioscopen, en hun artsen net als ponskaarten, slechts een herinnering zullen zijn.

    ...elk kind welkom zal worden geheten in de wereld, ongeacht haar toestand of de gereedheid van haar ouders.

    ...een grote gezinsfoto aangemoedigd en geprezen zal worden, in plaats van onderwerp van kritiek te zijn vanwege zijn ecologische voetafdruk.

    ...elk kind een gezin zal hebben met een vader en moeder die van haar houden, voor haar zorgen en haar opvoeden tot een gezond, volwassen leven.

Leer meer!

Met dank aan Regis Nicoll. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.breakpoint.org.

Regis Nicoll is een Centurion van het Prison Fellowship’s Wilberforce Forum. Hij is een columnist voor Breakpoint, Salvo Magazine en Crosswalk en schrijft voor de Prison Fellowship’s blog, The Point. Hij publiceert verder een wekelijks commentaar over hedendaagse actuele onderwerpen.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen